Antilliaans Dagblad

Saturday
May 26th
Text size
  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size
Home Opinie Valse ‘decedenten’

Valse ‘decedenten’

E-mail Print PDF
Geachte heer Eisden
Jammer dat u, oud-minister, zich in uw ingezonden stuk van 24 maart definitief heeft gevoegd bij het losgezongen leger van ingezonden stukkenschrijvers die de kracht van hun warrige betogen menen te moeten putten uit het beledigen van allerlei personen die hen niet welgevallig zijn.
In uw stuk noemt u de Nederlandse Staatssecretaris mevrouw Bijleveld een ‘staatssecretarisje’ die u met één pennenstreek indeelt bij het ‘overbodige leger van staatssecretarissen, luiaards en parasieten….’, zonder deze laagstaande bewering deugdelijk te onderbouwen. U toont zich hiermee een goede leerling van Nederlandse politici als de heer Wilders (van de ‘kopvoddentax’), de heer Brinkman (van de ‘Antilliaanse boevenbende’) en mevrouw Verdonk (van de scheldpartij in de Tweede Kamer).
Zou ú het op prijs stellen als u ‘oud-ministertje’ werd genoemd?
Het blijkt uit uw betoog dat u ook niet op de hoogte bent van bepaalde feiten. U zegt dat de functie van staatssecretaris pas in 1994 is ingevoerd. Dat is onjuist. Staatssecretarissen kunnen al sinds 1948 worden benoemd. Een zwaar ministerie als dat van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen heeft meestal een of twee staatssecretarissen. Het Staatssecretariaat is niet zomaar een baantje. Na benoeming overlegt de staatssecretaris met de minister hoe zij de taken zullen verdelen. Staatssecretarissen zijn lid van een partij die deelneemt aan de regeringscoalitie. Vaak heeft de staatssecretaris een andere politieke kleur dan de minister. Dat bevordert het politieke evenwicht op het ministerie. Een staatssecretaris is lid van het kabinet, maar niet van de ministerraad en neemt  deel aan de discussies als er sprake is van zaken die zijn/haar beleidsterrein betreffen. De staatssecretaris legt ook verantwoording af in het Parlement. Verder mag de staatssecretaris van Economische Zaken zich in het buitenland ‘minister van buitenlandse handel’ noemen.
Staatssecretarissen hebben dezelfde, zo niet meer kennis van hun beleidsterrein als hun minister. Bovendien worden zij ondersteund door een uiterst deskundig ambtenarenapparaat.
Antilliaanse bestuurders zijn dus bij staatssecretarissen in goede handen. Dat moet ook wel, want u weet net zo goed als ik dat de Antilliaanse Overheid in het recente verleden ministers heeft geleverd die onvoldoende kennis hadden. Antilliaanse ministers werden bovendien ‘ondersteund’ door een ambtenarenapparaat dat voor een groot deel bestond uit personen die - via het alomtegenwoordige patronagestelsel - niet werden benoemd vanwege hun deskundigheid, maar vanwege hun politieke kleur. De aanwezigheid van dit soort mensen heeft decennialang demotiverend gewerkt op degenen die wèl deskundig waren, maar wier deskundigheid niet op prijs werd gesteld door wat je een ‘geestelijke boevenbende’ zou kunnen noemen. Feiten zijn feiten, meneer Eisden.
U waagt het ook om de Nederlandse minister van Justitie Hirsch Ballin een soort ‘ingehuurde kolonist uit het Zuid-Afrika van toen’ te noemen. Dit soort uitspraken zouden een negentiende-eeuwse Nederlandse koloniaal niet hebben misstaan. Even later schrijft u een zin waar ik heel lang over heb moeten nadenken om de ongetwijfeld diepere betekenis ervan te doorgronden: ‘Denk even terug aan de Nederlandse ‘decendenten’, zoals Foster en Verwoerd uit de Zuid-Afrikaanse Apartheidspolitiek’.
Verwoerd was een duidelijke racist. O, dat moet dus op de Nederlanders slaan. En wie zou Foster zijn? Na enig nadenken kwam ik erachter dat u hoogstwaarschijnlijk John Vorster bedoelde, ook zo’n racist. Zo, die kunnen de Nederlandse minister en staatssecretaris in hun zak steken.
Bleef over het begrip ‘decendent’. Het begrip ‘decedent’ is in het Nederlands volledig onbekend en in het Papiaments bestaat het ook niet. U bedoelde natuurlijk ‘desendiente’, het Papiamentse woord voor ‘afstammeling’. Nu begreep ik dat u ons wilde inpeperen dat de heren Vorster en Verwoerd van Nederlanders afstamden en dat hun gemene glans dus automatisch op de Nederlanders afstraalde.
Ja, je moet ergens van afstammen, meneer Eisden. U bent toch ook ergens een ‘decedent’ van? Zijn we niet allemaal ‘decedenten’?
Aan het eind van uw brief roept u nog uit: ‘Lang leve de hernieuwde en versterkte kolonie Curaçao!’
Ik mag u erop wijzen dat we inmiddels in Nederland een aardige kolonie Antillianen hebben. Ongeveer een derde van alle Antillianen woont in Nederland. Ze lossen alleen geen miljardenschuld voor ons af.
Nee, meneer Eisden, u bent niet erg overtuigend. Waarom ontspant u zich niet wat? Waarom gaat u niet een tochtje maken op de ‘Karla-Omayra’?
Fred de Haas, Nederland

 
Banner

Het ANTILLIAANS DAGBLAD is de enige lokale Nederlandstalige ochtendkrant van Curaçao, Bonaire, Aruba en Sint Maarten. Klik voor meer informatie over abonnementen, losse verkoop en advertentiemogelijkheden

antdagblad-logo


Wilt u op ruim 8.000 kilometer van Nederland Nederlandse ochtend-krant bij het ontbijt niet missen? Lees dan de Caribische editie van DE TELEGRAAF
Telegraaf

Documenten

Wie leest mee?

We have 196 guests online