Ik kan mij haar zo voor de geest halen. Op 8 Juni 1988 begon ik mijn ambtstermijn in Nederland. Een van de eerste personen die ik op het Antillenhuis ontmoette was deze 40-jarige, knappe vrouw. Zij was een bekende van mij voor mijn detachering in Nederland.
Echter het gaat om de periode tussen 1988 en 1994. Gedurende ruim zes jaar was zij mijn secretaresse, rechterhand en adviseuse waarop ik te allen tijde kon bouwen.
Aimabel, hardwerkend, loyaal en capabel wist zij, keer op keer, aan situaties die op het eerste gezicht moeilijk en zelfs precair genoemd kunnen worden, een gunstige en positieve wending te geven.
Het was veel meer dan zeer accuraat zijn om mijn volle agenda te beheren, maar vooral om er voor te zorgen dat iedereen die met de minister een afspraak wilde maken keurig en vriendelijk een gepast antwoord op het verzoek kreeg. Zij was goed in haar talen en dat aspect gekoppeld aan haar innemende persoonlijkheid, maakten haar bijzonder geliefd bij al mijn contacten, ministerieel, parlementair, politiek, diplomatiek en commercieel. In die zes jaren werd Rochelle Baerecke een begrip op mijn Kabinet en zonder twijfel de personificatie van het vele goede dat het Caribische deel van het Koninkrijk te bieden heeft.
Hoeveel zij ook van haar werkzaamheden hield, bij haar kwamen haar twee dochters op de allereerste plaats. Zij leefde voor haar meisjes.
Haar vrij plotselinge overlijden is voor mijn vrouw Norma en mij een gevoelig en heel pijnlijk verlies. Zoals altijd was zij bruisend en koesterde zij nog veel plannen voor de toekomst. Het is helaas niet bewaarheid geworden. Herinneringen die ik, en met mij zeer velen, aan deze uitzonderlijke vrouw hebben en zullen koesteren zijn mooi en veelvuldig.
Mijn diepste gevoelens van medeleven gaan uit naar Debbie en Pamela, haar geliefde dochters, en naar de rest van haar familie.
Rochelle, danki pa tur loke bo a hasi i nifiká pa bo yunan, bo famia, bo pais i p'ami personalmente.
Edsel A.V. (Papy) Jesurun,
Curaçao









