Feest
Het leek allemaal zo mooi op 11 oktober. We hadden net een weergaloos aftelspektakel van vijf jaar achter de rug, de Koninklijke familie stond op het Brionplein en de Antilliaanse vlag was gestreken. Potverdrie, we waren toch maar mooi Pais Kòrsou met z’n allen. Het was nota bene Mike Eman uit Aruba die er de mooiste woorden aan plakte: we zouden uit elkaar gaan, maar broeders blijven. Waar hij onlangs nog aan toevoegde dat nu het punt gekomen was om na te denken over nieuwe banden binnen het Koninkrijk.
Helaas is er van die stichtende woorden weinig overgebleven. En misschien is het wel treffend dat ze ook niet uit de mond van een Curaçaose politicus werden opgetekend. Want 11 oktober werd 11 oktober, en daarna werd het gewoon de twaalfde. Pais Kòrsou of niet: we bleven allemaal heel normaal doen. Sterker nog, er leek zelfs een bepaalde weerzin tegen verandering op te treden. Of hoe moet ik anders uitleggen dat de toespraken, advertenties en TV-uitzendingen wegstierven? En Pais Kòrsou daags na het hijsen van de vlag weer een politiek speledingetje werd? Laat staan dat er nog iets van inhoudelijk debat over de toekomst overbleef. Hebben we allemaal opgesoupeerd voor 10 oktober.
Want dat is misschien nog wel de meest trieste constatering na zes weken Pais Kòrsou: we zijn er qua eensgezindheid en nationale trots geen fluit mee opgeschoten. We hebben een coalitie die oppositie speelt en een oppositie die coalitie wil zijn. We voegen ons in knellende nieuwe staatkundige verhoudingen zonder maar het minste greintje ambitie of plezier. En tot overmaat van ramp wordt ons Curaçaose kroonjuweel, Churandy Martina, veroordeeld tot een Nederlands atletiekpakje en wordt Doble R geëerd in de sneeuw van Nederland. Waar is Curaçao gebleven?
We zijn een land in verwarring geworden. We lijken op topsporters die naar jaren harde arbeid eindelijk die gouden medaille in handen hebben, maar plots niet meer weten hoe het leven na die medaille geleefd moet worden. Mensen die tot grote hoogte stijgen, maar na het hoogtepunt terugvallen in de vergetelheid, steunend op een karig verleden en alle kanten oproeien behalve de goede.
Vooral dat teruggrijpen naar het verleden is heel zichtbaar. En dan heb ik het niet over scholen een andere naam geven om te emanciperen, want daar zit tenminste nog een gedachte achter. Ik heb het wel over de bewezen tactiek van mannetjesmakerij, de jijbakken en de symboolpolitiek die onze huidige politieke scène zo kenmerkt. En die momenteel bijna nog erger is dan voor 10 oktober 2010. Politiek die niet dichterbij ons komt te staan, maar juist verder weg. Een beweging waar zowel de coalitie als de oppositie zich schuldig aan maakt. Met als hoogtepunten de ondoorzichtige rel rond de Veiligheidsdienst en een knullige poging tot oppositie voeren in de vorm van een krokodillentranenbrief in de krant. Niemand wil dat, behalve de pers.
Ik wil een Pais Kòrsou dat zijn rug recht. Dat afstapt van spelletjes uit het verleden en dat mij op een volwassen manier toont waar het heen moet met dit land. En een oppositie die mij met steengoede argumenten tégen aan het twijfelen brengt. Een land dat eensgezindheid weet te creëren zonder dat we daar een storm voor nodig hebben. En laat dat nadenken over onze nieuwe plek in het Koninkrijk nu ook maar beginnen. Zes weken na 10 oktober is wat laat, maar zeker niet té laat.
Deze column staat ook op de website Aworaki van de Wereldomroep. Drieëneenhalf jaar schreef Jeroen Jansen columns voor de website van de Wereldomroep en het Antilliaans Dagblad onder de titel 'Bula Waya'.









