Deze week werd er in Shap Politiko gepraat over hoe onze overheid kan bevorderen dat lokale architecten minder achter het net vissen. Ook de laatste tijd werden de belangrijke ontwerpopdrachten gegund aan Nederlandse bureaus. Het nieuwe ziekenhuis wordt nota bene zelfs een kopie van iets dat in Deventer staat en de nieuwe huisvesting voor UTS en Aqualectra en de overheid doet niets. Door bijvoorbeeld het programma’s van eisen op te delen in kleinere eenheden zouden ook lokale bureaus voldoende in huis hebben om hieraan mee te doen. Het kost wat meer coördinatie, dat wel. Maar door stelselmatig onze bureaus uit te sluiten ontstaat hier geen leerproces en raken onze architecten steeds verder van huis. Tussen 1980 en 90 zijn in Nederland veel jonge onervaren architecten, mijn oud-studenten, door de overheid in het zadel geholpen en spelen nu op wereldniveau een rol. Helaas neemt onze overheid geen enkele culturele verantwoordelijkheid en houdt het bij volksvermaak.
Door BES ontstaat een nieuwe situatie voor architecten die daar aan overheidsopdrachten willen komen. Met de Nederlandse wetgeving wordt de wet op de Architectentitel van kracht. Om je in Nederland (en in de EG) architect te mogen noemen ben je verplicht in het Architectenregister staan. Het gaat om titelbescherming, geen beroepsbescherming. Het diploma van bouwkundig ingenieur van een Technische Universiteit of dat van een Academie van Bouwkunst of gelijkwaardig is nodig. Hbo’ers (bijvoorbeeld met een UNA-diploma) zijn uitgesloten. Dat betekent dat Antillianen die er niet in staan, daar niet meer aan overheidsopdrachten kunnen komen. Overheidsgebouwen zullen dus in de toekomst dan ook door architecten uit Nederland worden ontworpen aangezien op dit moment geen van onze architecten in dat register staat. Zelf ben ik tien jaar geleden uitschreven en werd Nederlands eerste ex-architect. Nu moet ik me weer gaan inschrijven om voor Bonaire een openbaar toilet te mogen ontwerpen, heel vervelend allemaal.
Carlos Weeber, architect,
Curacao.









