Met enige verwondering heb ik het ingezonden stuk cliëntisme of patronage (het woord is overigens cliëntelisme oftewel politieke klantenbinding) van de heer Johan Draaier gelezen. U uit daarin op een ferme manier kritiek op vooral politiek leider Jopie Abraham. Nu ben ik niet bepaald degene die daar een probleem mee heeft, want ik ben zelf ten aanzien van politici en vakbondsleiders die zichzelf vaak boven wet stellen heel kritisch. Het verschil tussen u en mij is dat ik een criticus ben en u een criticaster (dus een onbillijk en onbevoegd recensent).
Dat vind ik omdat u Abraham beschuldigt dat hij zich op een genante (dat is de nieuwe spelling) manier de ‘groenen’ beschuldigt van uitbreiding van het ambtenarenapparaat door het benoemen van vriendjes (dat heet politieke patronage) terwijl Abraham daar krachtig tegen op wil treden.
U legt Abraham dan woorden in de mond als: ,,Wat dachten die groenen wel, weg daarmee. Nee, dat ga ik als nieuwbakken gedeputeerde persoonlijk uitbannen.” U voegt daaraan toen, dat Abraham (denigrerend gezegd over iemand van bijna 30 jaar) zijn zoontje aan werk helpt. U noemt dat een ongeëvenaarde brutaliteit, een arrogante houding, maar wel een uitmuntend vaderschap. En volgens u dat allemaal ten gunste van de Rode Partij n.v. gevestigd op Bonaire.
Mijnheer Draaier, in de afgelopen 36 jaar heb ik als verslaggever van verschillende kranten bijna 900 commentaren geschreven. Daarbij heb ik ook Abraham - die vele jaren mijn vriend was - als politicus niet gespaard. Maar ik wist wel wat en over wie ik schreef. Ik ken Bonaire, de politiek, de politici en de autochtone Bonaireanen. Als ik bekritiseer, weet ik waar ik over schrijf.
Om die reden wil ik duidelijk vaststellen, dat het nooit de Partido Demokrátiko Boneriano (PDB) is geweest die de gewraakte politieke patronage voerde op Bonaire, maar wel de Partido Patròtiko Boneriano (UPB) die met veel fanfare beweerde aan de eigen patronage een eind te maken, maar er nooit in slaagde.
Wat Clark Abraham betreft, kan ik zeggen dat hij net zoveel recht heeft om op zijn geboorte-eiland te werken dan elke andere Bonaireaan en zeker gezien zijn opleiding en achtergrond. Dat Abraham zijn zoon portefolio maakt, is niet vreemd. Een portefolio is een vertrouwenspersoon en dat is helaas op de Antillen nodig (denk onder andere aan minister Willem die zijn vader koos als secretaris en staatssecretaris Toré die zijn dochter koos als secretaresse). Zij deden dat niet om de glimlach in je gezicht, maar wel om te voorkomen het mes in je rug te krijgen.
U mag uw kritiek blijven spuien, maar zorg dan wel dat u precies weet waarop u kritiek uit. Overigens waardeer ik het dat u uw naam onder het ingezonden stuk zette. Dat is op Bonaire ook uitzonderlijk, want kritiek moet je altijd bekopen met een pijnlijke reactie. En dan mag u zelf eens het oor te luisteren leggen bij mensen die beter weten, bij welke politieke partij je dan het slechts uit bent.
Hubert Linkels, Bonaire









