Durf, eenvoud, moed, compassie, originaliteit, visie zijn eigenschappen die wij meestal als positief in een mens beschouwen. Het komt zelden voor dat die kenmerken en kwaliteiten in één en dezelfde persoon zijn verenigd. In het geval van Amado Römer is dat wel het geval. Het nieuws van het overlijden van dr. Amado Römer, ‘Pader Römer’, zoals hij meer dan een halve eeuw bij het volk op zijn Curaçao bekend stond, vervulde mij op de eerste plaats met een intens gevoel van droefheid. Het aardse leven van een groot en goed mens was ten einde gekomen. Paradoxaal misschien, maar tegelijkertijd had ik ook een gevoel van vreugde, blijdschap en dankbaarheid.
Ik was blij dat ik het geluk en de voldoening heb gekend om deze uitzonderlijke ‘Yu di Kòrsou’ van nabij mee te maken.
Als jonge priester keerde hij naar zijn geboorte-eiland terug met dromen en aspiraties die voor die tijd absoluut bijzonder, zo niet ongewoon waren. In een wereldje van priesters, in overgrote meerderheid Nederlanders die bovendien tot een andere orde behoorden, werd hij met zijn progressieve denkbeelden meteen een buitenbeentje in eigen land, hij werd beschouwd en behandeld als een zonderling. Zijn pastoraal en sociaal werk om bij gewone havenarbeiders meer verantwoordelijkheid, spaarzin en burgerzin bij te brengen is in de loop der jaren voldoende belicht, maar niet altijd gewaardeerd. In bepaalde kringen zag men in Römer een gevaar. Door zijn oratorische gaven kon deze uitzonderlijke man zijn gehoor, of het in een preek of gedurende een vakbondseminar, inspireren en motiveren. Zijn kritiek op maatschappelijke misstanden, zijn gevoel van medeleven met de allerarmsten, zijn moed om die wantoestanden aan de kaak te stellen, zijn visie om krediet corporaties (credit unions) te introduceren, hebben ongetwijfeld bijgedragen aan zijn bekendheid bij de bevolking en het respect en de waardering die hij genoot. Zijn tegenstanders daarentegen waren niet altijd even blij met de wijze waarop deze dienaar van God als Christen en mens, zijn roeping vervulde en inhoud aan zijn drukke leven wist te geven.
De ongewone eenvoud die hem sierde heeft de legende alleen doen groeien. Amado Römer bleef tot het einde principieel. Ondanks tegenslag is hij blijven geloven in de Curaçaose mens aan wie hij zijn leven gewijd als kapelaan, als Pastoor altijd trouw is gebleven. In zijn geliefde Papiamentu bestaat er een gezegde:
‘Esun ku habri su boka, no ta haña stul p’e sinta’. Vrij vertaald: Wie zijn mondje roert, krijgt geen zitplaats. Misschien heeft dr. Amado Römer bij sommigen geen stoel gekregen. Onnoemelijk meer mensen hebben hem altijd een gouden troon gegund. Een troon die hij meer dan verdiend heeft.
Edsel A.V. ‘Papy’ Jesurun
Voorzitter Stichting Sociale Cohesie en Multiculturaliteit









