Het rapport ‘Defence Contracting’ van het US Government Accountability Office (GAO) van januari 2010 vermeldt ,,op geen enkele wijze dat Aruba een belastingparadijs voor Amerikaanse defensiebedrijven is”.
Dit antwoordt de Nederlandse minister van Financiën, Jan Kees de Jager (CDA), mede namens de staatssecretaris van Defensie, zijn partijgenoot Jack de Vries, op schriftelijke vragen van de Kamerleden Tang, Eijsink en Leerdam (allen PvdA) over het bericht dat Aruba een belastingparadijs is voor defensiebedrijven in de Verenigde Staten. Het GAO-rapport gaat in op een groot aantal Amerikaanse defensiebedrijven, zoals Lockheed Martin en General Dynamics, maar ook het Pentagon zelf, die via tal van brievenbusbedrijfjes grote bedragen aan belastingplichtige inkomsten (zouden) wegsluizen. ,,Het rapport is geschreven om inzicht te krijgen in het gebruik van overzeese deelnemingen door contractanten van het Amerikaanse ministerie van Defensie in de periode 2003-2008,” aldus De Jager.
De PvdA-Kamerleden wilden weten in hoeverre het hier dochterondernemingen, dan wel brievenbusbedrijfjes - in aantal en omzet - in de Nederlandse Antillen en/of op Aruba betreft. Het uitvoerige regeringsantwoord luidt als volgt:
,,Aangezien zowel de Nederlandse Antillen als Aruba fiscaal autonoom zijn, is het niet aan mij om een overzicht te geven van de eventueel op de Nederlandse Antillen en/of Aruba gevestigde dochterondernemingen, dan wel brievenbusbedrijfjes, van Amerikaanse bedrijven met een contract met het Amerikaanse ministerie van defensie. We hebben echter van het GAO vernomen dat de Arubaanse deelnemingen allemaal hetzelfde moederbedrijf hebben. Het gaat daarbij om een olieproductiebedrijf dat in 2009 contracten heeft afgesloten ter waarde van meer dan één miljard dollar met het Amerikaanse ministerie van Defensie. Het is daarmee overigens niet gezegd dat deze deelnemingen in Aruba zijn gebruikt voor deze specifieke contracten. Deze informatie is niet onderzocht door het GAO en ook niet publiek beschikbaar. Uit navraag bij het GAO blijkt verder dat geen van de onderzochte bedrijven in 2003 een deelneming op Aruba had. In 2008 bleek echter dat het hiervoor genoemde olieproductie bedrijf vijf Arubaanse deelnemingen had. Het rapport noemt Aruba daarom als een van de jurisdicties met de hoogste procentuele groei in deelnemingen. In dezelfde paragraaf geeft het rapport overigens aan dat het Verenigd Koninkrijk en Canada in absolute aantallen de grootste groei in deelnemingen van de onderzochte bedrijven voor hun rekening hebben genomen. Het rapport zegt derhalve op geen enkele wijze dat Aruba een belastingparadijs voor Amerikaanse defensiebedrijven is.”










