Refineria Isla (lees: PdVSA) weigert ‘huisbaas’ Refineria di Kòrsou de toegang tot Bullenbaai. Zelfs tot het deel van de olieterminal waarvan onderling is vastgelegd dat huurder Isla daar géén gebruik van maakt en dus niet alleen RdK toebehoort, maar ook vrijelijk gebruikt moet kunnen worden door deze overheids-nv. Dat is een kwalijke zaak. Als een kind is RdK in de hoek gezet door de directie van Refineria Isla, terwijl het verzoek niet onredelijk of onterecht is.
Natuurlijk kan een eigenaar het verhuurde niet zomaar betreden of erover beschikken, maar in het geval van Bullenbaai zijn in het verleden specifieke afspraken gemaakt. Namelijk dat bepaalde tanks en jetties tot de invloedsfeer zouden blijven behoren van de overheid. Dat daar al die jaren geen gebruik van is gemaakt, wil niet zeggen dat dit niet alsnog kan. RdK heeft namens Curoil - een andere overheids-nv - aangegeven dat er behoefte is aan extra brandstofopslagcapaciteit. Die heeft Curoil op het moment niet. Het is zelfs zo dat de schone, geïmporteerde diesel deels in een barge is opgeslagen.
Curoil en dus daarmee de samenleving als geheel hebben een groot strategisch belang bij gebruik van extra opslagtanks en een of meer aanlegsteigers waarmee brandstof vanaf zee kan worden aangeleverd. De staking vorige maand bij Isla heeft aangetoond hoe kwetsbaar Curaçao in dit opzicht is; als gevolg van de blokkade van de poorten, bleef de hele gemeenschap verstoken van brandstof. Een volstrekt onacceptabele situatie. Daarnaast is het verstandig om minder afhankelijk te zijn van PdVSA als het gaat om de toelevering van benzine. Sterker, de houding van de Venezolaanse staatsoliemaatschappij inzake Bullenbaai draagt er bepaald niet toe bij dat het vertrouwen toeneemt. PdVSA hoeft niet te vrezen dat Curoil de concurrentie aangaat met de oliegigant uit Venezuela. Voor zover deze angst wel bestaat, kunnen zaken contractueel worden dicht getimmerd. Wat RdK, Curoil en eilandgebied enkel willen, is het recht van overpad tot de Rdk-installaties die zich op de terminal bevinden. Als PdVSA blijft volharden in onwil, dient door middel van procederen alsnog toegang tot dit deel van Bullenbaai te worden afgedwongen. Maar vooralsnog mag ervan worden uitgegaan dat moedermaatschappij PdVSA van Isla met dialoog bewogen kan worden tot meer flexibiliteit en medewerking aan het land waar zij al 25 jaar te gast is.










