Er zijn maar weinig mensen die bij de besprekingen over hun tewerkstelling kunnen terugvallen op het complete gewicht van de voltallige politieke coalitie in een land. In een onderonsje is maandag tussen PAR, PNP en FOL bepaald dat Mirna Louisa-Godett weer op de payroll van Selikor komt, maar ter beschikking wordt gesteld aan het Bestuurscollege met een nog onbekende, momenteel niet bestaande, functie. De ex-premier en voormalig Statenlid was werkeloos geworden nadat Frente bij de laatste verkiezingen alle zetels in het Antilliaanse parlement was kwijtgeraakt. Zij maakte daarop aanspraak op terugkeer naar haar oude werkplek bij het vuilnisverwerkingsbedrijf; een overheids-nv die marktconform behoort te draaien, maar als het erop aankomt en de politiek in de buurt komt weer trekken vertoont van een ouderwetse overheidsdienst. Het is niet helemaal duidelijk of Louisa-Godett recht heeft op terugkeer, zoals ambtenaren die op politiek avontuur zijn geweest, dat wel hebben. Maar het is een goede zaak dat Selikor-directeur Wesley Kook niet zomaar akkoord ging, hoewel hij uiteindelijk materieel weinig is opgeschoten met zijn verzet. Hij bood haar eerst een VUT-regeling aan, maar na interventie van de coalitie krijgt Louisa-Godett een volledig salaris van Selikor, waar huishoudens en bedrijven maandelijks voor moeten betalen. ,,Als ik niet voor mijn zus kan zorgen, kan ik dat ook niet voor anderen”, verdedigt FOL-leider Anthony Godett de kwestie. Hij is daarmee weer op z’n Godetts eerlijk. Want zeer waarschijnlijk meent de gedeputeerde wat hij zegt. Alleen, als politicus zit iemand er niet om voor zichzelf, zijn familie of vriendjes te zorgen. Dat heet namelijk ‘vriendjespolitiek’.
Natuurlijk, Louisa-Godett verdient een baan (lees: een goed inkomen). Maar dat geldt voor álle 140.000 inwoners van Curaçao. In het bedrijfsleven bestaat zo’n terugkeerregeling niet: vertrekt een werknemer, manager of directeur om zijn geluk te beproeven in de politieke arena, dan is hij allerminst verzekerd om diezelfde werkplek daarna opnieuw te bezetten. Een (midden- of klein)bedrijf kan zich dat eenvoudigweg ook niet veroorloven; de productie moet immers worden doorgezet. Dat is een belangrijke reden dat er zo weinig politici zijn met een achtergrond in het bedrijfsleven. Ook geen goede zaak, maar nog altijd beter dan om met opportunistische steun, in een gezamenlijke actie van de drie coalitiepartijen, aan een baantje te worden geholpen.










